Zoetwateraquaria algemeen

Het houden van vissen uit liefhebberij werd al gedaan in de oudheid. 1000 Jaar geleden werden tijdens de Sung-dynastie in China al goudvissen gehouden om de mens te plezieren.
Vermoedelijk door Philip Gosse, die leefde in de Victoriaanse tijd, werd het aquarium houden tot een deftige liefhebberij verheven. Hij was de grondlegger van het aquariumhouden. Hij was ook, voor zover bekend de man die in 1853 het eerste openbare aquarium ter wereld inrichtte in Londen. Er volgde in diverse steden van Europa openbare aquaria: Parijs 1859, Hamburg 1864, Napels 1873 en in Amsterdam in 1882. Het gevolg was dat in Nederland de mensen die naar het openbaar aquarium waren komen kijken, onder de indruk kwamen van al het moois dat men onder water kon aanschouwen.

Hoewel het openbaar aquarium in eerste instantie vooral met een bezoek vereerd werd door wetenschappers, biologen en natuurleraren, volgden al snel de gewone burgers. Deze mensen werd de mogelijkheid tot het houden van vissen in de huiskamer, aan de hand van de boeken, geschreven door Philip Gosse, bijgebracht.
Men moet echter niet vergeten dat het houden van vissen toen niet eenvoudig was. Men wist, ondanks de met de beste bedoeling geschreven boeken, veel te weinig over het houden van vissen in gevangenschap. Ook de technische hulpmiddelen die we tegenwoordig kennen zoals pomp, filter en verwarmingsapparatuur had men toen nog niet.
Er moest in die tijd veel pionierswerk verricht worden om de vissen in leven te houden. Men was aangewezen op glazen bakken en kommen die zeer breekbaar waren, wat nogal eens voor ernstige problemen zorgde.
Men was aangewezen op koudwater- of subtropische vissen. Vooral zonnebaarzen werden in die tijd gehouden. De eerste geÏmporteerde subtropische vis was waarschijnlijk de Marcopodus opercularis (paradijsvis), een vis die men op bijna koud water kon houden.

Heel geleidelijk kwamen er meer soorten en ging de handel er ook brood in zien. De glazen bakken en kommen werden vervangen door stalen framebakken met glasplaten die met stopverf, gemengd met meniepoeder, in de lijsten werden geplaatst. Onder de bodem die ook van staal was, werd een petroleumverwarming gezet, die precies onder een bolvormige holte werd geplaatst. Deze holte was speciaal voor dit doel in de bodemplaat gemaakt.
Deze constructie was een enorme verbetering. Men kon nu immers ook tropische visjes gaan houden èn men was van die hinderlijke vervorming van de vissen, veroorzaakt door de glazen bakken of kommen, af. Bovendien waren deze glasplaten helderder dan de glazen bakken.

Toch duurde het tot begin jaren 1900 eer de liefhebberij echt een beetje van de grond begon te komen. Er kwamen steeds meer subtropische- en tropische visjes in de handel en er werden verenigingen opgericht. Ook uitheemse plantjes (vooral uit Amerika), hoewel spaarzaam en duur, kwamen binnen handbereik. In de grote steden, waar de mensen toch wat natuurlijks in huis wilden hebben, kreeg het huisaquarium steeds meer aandacht. Als iemand een nieuw visje of plantje had, kwam iedereen dat schoons bewonderen (men was immers op inheemse plantjes aangewezen).

Na de tweede wereldoorlog werd de import van steeds meer visjes en aquariumplanten mogelijk door sneller en beter luchtverkeer. De handel in aquariumbenodigdheden zat ook niet stil. Er werden in snel tempo allerlei nieuwe pomp- en verwarmingssystemen bedacht en gefabriceerd. Ook de verlichtingstechniek werd niet vergeten. Daardoor werd het verantwoorde wijze houden van planten en dieren sterk bevorderd.

We kunnen stellen dat Nederland tot op de dag van vandaag, met het houden en verzorgen van aquaria op verantwoorde wijze bezig is èn dat wij, met het inrichten daarvan, koploper zijn van de landen om ons heen. Er wordt niet voor niets bij onze buurlanden gesproken over die mooie Hollandse bakken.